fbpx

Piekeren als probleemversterker

In De Wand van Marlen Haushofer las ik een mooi voorbeeld over hoe makkelijk men aan het piekeren gaat. 

Een vrouw leeft afgezonderd met haar dieren in de natuur. Haast constant is ze aan het werk, sleept zich van klus naar klus en put zich uit. Want als ze niet afgeleid is dan gaat ze voortdurend aan het piekeren over alles wat fout kan lopen. Met haar koe bijvoorbeeld, die zwanger is en waar ze zich veel zorgen om maakt. 

Dit is tegenstelling tot de koe zelf, die zorgeloos in het huidig moment woont, rustig verder graast, af en toe een blik op de wereld werpt en een lik op het gezicht van haar baas.

‘Terwijl ik me afbeulde droomde ik van stil en vreedzaam uitrusten op de bank. Maar zodra ik dan eindelijk op de bank zat, werd ik onrustig en keek ik uit naar nieuw werk. Dat komt geloof ik niet voort uit grote ijver, ik ben van nature nogal lui, het was waarschijnlijk zelfbescherming, want wat zou ik tijdens die rust anders hebben gedaan dan in herinneringen verzinken en piekeren. En dat was precies wat ik niet moest doen, dus wat restte mij anders dan doorwerken?’

Maar ze kon niet altijd doorwerken, of noem het ‘vluchten’. En dan gebeurde ‘het’, het onafwendbare piekeren, wat helaas een specifieke vorm van vluchten is. Immers, zolang je in je hoofd zit, hoef je niet te voelen. In haar geval: de eenzaamheid, de machteloosheid, de uitzichtloosheid, de angst voor het onvoorspelbare. Eigenlijk datgene dat wij in deze lange Covid periode met zijn allen hebben gekend, maar misschien ook niet durfden (door)voelen.

‘Ik zat uren aan de tafel, mijn hoofd in mijn handen, en dacht na over Bella. Ik wist zo weinig van koeien. Als ik niet in staat was het kalf op de wereld te helpen, als Bella de bevalling niet overleefde, als zij en het kalf eens allebei doodgingen, als Bella in de wei eens giftig gras binnenkreeg, een poot brak of door een adder werd gebeten? Ik had vage herinneringen aan hele akelige verhalen over koeien tijdens mijn zomervakanties op het land. 

Hoe ik ook mijn best deed die gedachten van me af te zetten, het lukte me nooit helemaal. 
Bella’s enige reactie op alles wat ik te zeggen heb is dat ze me over mijn gezicht likt; dat is wel troostend maar geen oplossing. 

Er bestaat natuurlijk ook geen oplossing, zelfs mijn koe weet dat, alleen ik verzet me steeds weer tegen het lijden.”
Met die laatste zin illustreert ze treffend wat de Boeddha bedoelde met ‘de tweede pijl’. 

Je kan niet voorkomen dat pech toeslaat. De ‘shit’ die ‘happens’, dat noemen we de eerste pijl. Die kan behoorlijk pijn doen, maar maakt nu eenmaal deel uit van het leven, daar kan je weinig aan doen. Ook de vrouw in ons verhaal beseft dit: ‘Er bestaat natuurlijk ook geen oplossing’. 

Helaas wordt die pijl vaak gevolgd door een tweede, en die gaat nog dieper. Die tweede pijl is ons verzet tegen de eerste, een typisch menselijke reactie, de koe zal zo dom niet zijn.

‘Zelfs mijn koe weet dat, alleen ik verzet me steeds weer.’ 
Dat verzet veroorzaakt volgens de Boeddha het lijden van de mens en inzicht hierin is de kern van de verandering.

Dat is, gelukkig, precies wat er met onze vrouw gebeurt:

‘Het heeft geen zin om zoveel over de toekomst te piekeren, het enige wat ik moet doen is zorgen dat ik gezond blijf en dat mijn aanpassingsvermogen niet verdwijnt.’

                                                        ***

(Teveel) denken kan je gezondheid schaden. Je hoofd lijkt dan wel een treinstation op het piekuur, maar je hoeft niet altijd op te stappen.
In de podcast reeks ‘Meer rust in je hoofd kan je luisterend ervaren hoe je dat arme hoofd tot rust kan brengen. Of luister even naar dit fragment over piekeren, uit Touché.

Delen

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.