fbpx

Lijkt jouw hoofd soms een treinstation op het spitsuur?

Afbeelding: Arturo Martini, 1913

Zoals we gezien hebben, gaan die treinen meestal twee richtingen uit: de toekomst of het verleden, de piekertrein of de rumineertrein. Mijn hond en jouw kat zullen die treinen nooit nemen. Zij leven in het hier en nu. De mens is de enige diersoort die in zijn gedachten kan reizen in de tijd, naar voor en naar achter, en dat doen we ontzettend vaak. Dat heeft immers ook veel voordelen: we kunnen lessen trekken uit het verleden en we kunnen op de moeilijkheden, de gevaren, maar ook de aangename dingen anticiperen die ons staan te wachten. 

Helaas doen we dat te veel in de negatieve zin. We spelen rampscenario’s af over de toekomst en we blijven onprettige ervaringen uit het verleden herkauwen. Wat we niet doen, is wat die hond en poes zo goed kunnen: zorgeloos in het huidige moment blijven, omdat we in het station van ons hoofd voortdurend op die treinen springen. Zo’n gedachtetrein kan jou dan op elk moment meenemen zonder dat je weet waar je na een rit van onvoorspelbare duur en kronkelingen zult uitstappen.

Net daarom is die training om je sneller bewust te worden van je gedachten zo zinvol. Je trekt sneller aan de noodrem of – nog beter – misschien stap je niet eens op. Ook al staan er in je hoofdtientallen gedachtetreinen klaar om te vertrekken, je hoeft ze niet te nemen.

Dat is een belangrijk besef. De meeste mensen stappen in een reflex op zo’n trein. Het is geconditioneerd gewoontegedrag geworden. De ene trein gaat naar de lastige vergadering van morgen waarop die dominante collega jouw argumenten van tafel zal vegen, de andere trein gaat naar zondag omdat je dan met je moeder dat delicate onderwerp zult bespreken, het rusthuis waar ze niet naartoe wil, en de derde trein zet je aan om dat sollicitatiegesprek te herbeleven waarin je alleen maar de verkeerde dingen zei. 

Maar wie zegt dat je móét opstappen op die treinen? Besef dat jij de baas bent in jouw hoofd en dat je bewust kunt kiezen: neem ik die trein of niet. Je hóéft niet op te stappen. Je kunt ook even blijven staan op het perron en je afvragen: wil ik daar wel naartoe? En dan kun je beslissen om op basis van de leerervaring van die sollicitatie een afspraak met jezelf te maken voor de volgende keer, of om dat probleem met je mama even in de frigo te stoppen tot je vrijdag met je broer hebt overlegd, of om nu een paar argumenten te noteren voor de vergadering en het dan los te laten. En daar stopt het.

Dat betekent dat je de automatische reactie van ‘opstappen’, de piekerreflex, coupeert en jezelf een behoorlijk onprettige reis bespaart. Zullen we dat even oefenen?

Uit mijn boek Wat is er mis met mij?, hoofdstuk 1: Piekeren.

Delen

1 gedachte over “Lijkt jouw hoofd soms een treinstation op het spitsuur?”

  1. Noëla Vervynckt

    Altijd zò verfrissend om je blog te lezen….
    We weten het allemaal, maar struikelen in de toepassing ervan….

    Met dan en vriendelijke groet

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *