Het gevoel van ‘niet-ergens-bij-te-horen’

Ik zat in de kelder op een krukje klaar om mijn tuinschoenen aan te trekken. 

Na 5 minuten zat ik er nog steeds, met alleen mijn kousen aan. Ik bleef maar door het raampje kijken. 
Er was niets te zien. 

Ik voelde me op een vreemde manier moe. Misschien ook een beetje verdrietig, want ik dacht: hoe moet dat nu verder met mijn leven. 
Niet dat er iets speciaal gebeurd was. 

Ik had een cursus voorbereid, wat geschreven op het terras en nadien was ik een film beginnen opzoeken omdat een vriendin had gezegd dat ze graag nog eens naar de bioscoop wilde. In het overzicht sprong me meteen een naam in het oog: Robert Guédiguian. 

Ik ben een fan van deze regisseur en volg hem al veertig jaar en twintig films lang. 
Ze hebben iets bijzonders, zijn films: ze gaan allemaal over hetzelfde, de struggle en de goedheid van gewone mensen. 

Ze spelen zich altijd af in dezelfde stad, Marseille en het zijn steeds dezelfde acteurs. Zijn vrouw Ariane is telkens de hoofdactrice en zijn vrienden Jean-Pierre, Gérard en Jacques de belangrijkste acteurs. Net zoals in hun reële leven, gaat het in de films over het belang van vriendschap en solidariteit. Hoe moeilijk ze het ook hebben, de personages lijken ingebed in een duurzame vorm van verbondenheid, een ‘bende’. 

Al ben ik gezegend met een paar diepe, duurzame vriendschappen, liefdevolle mensen met wie ik veel delen kan, maar behoren tot zo’n ‘bende’, dat heb ik nooit gekend en in momenten dat de blues toeslaat durf ik wel eens te verzuchten: Ik hoor nergens bij.

Wellicht was het dat gevoel van eenzaamheid dat me op dat bankje gekluisterd hield. Dat gevoel van ‘niet-bij-zo’n-bende-te-horen-zoals-in-de-films-van-Guédiguian’ en het besef dat dit er met ouder worden niet op verbeteren zou.

De lusteloosheid trok me naar beneden, als een vis die geen zin meer heeft in zwemmen. 

Zo zonk ik dieper en dieper, liet me glijdend gaan, zoals je je overgeeft aan de narcose in het operatiekwartier.
Geen idee hoe lang ik daar gezeten heb.

Plots werd ik me weer bewust van waar ik was, keek door het raam naar buiten, naar de bewegingen van een populier in de wind.
‘Baron Von Münchhausen’, zei ik streng tegen mezelf, en riep het beeld op van de Baron die aan het zinken was in het moeras en er zichzelf uittrok aan zijn kraag. 

Ik trok mijn schoenen aan en stapte de tuin in.

Daar had ik een discussie met een wesp: van wie waren nu eigenlijk die rijpe braambessen waar we allebei zo verlekkerd op waren? Even later kon ik een moord vermijden door een kosmos bloem te bevrijden van een wurgende haagwinde en op de terugweg stootte mijn voet op iets onbekend. Bleek een wortel te zijn van een imperialistische bamboe, die zijn terrein wou uitbreiden naar de buren toe. Dat zijn aardige mensen, dus ging ik meteen aan de slag met houweel en schop. Dat werd een taai gevecht, want bamboewortels zijn geen doetjes. 

Twee uur later kom ik neuriënd terug binnen en schrijf bij een heerlijke kop koffie deze tekst uit.

De natuur had me weer gered.

Delen

3 gedachten over “Het gevoel van ‘niet-ergens-bij-te-horen’”

  1. Hilde Mettepenningen

    Dag Wilfried,

    Hoe doet zo veel deugd dat je je kwetsbaarheid en gevoelens deelt. Het schept verbinding en dus het gevoelen niet alleen te zijn tijdens soms verdrietige of moeilijkere momenten.
    Dankjewel!

Laat een reactie achter

Ik lees je graag. Het is heel fijn als je een reactie plaatst. Dat brengt leven in de brouwerij. Je emailadres is enkel om de bron van het bericht te verifiëren tegen spam, het wordt uiteraard niet gepubliceerd. Dank je wel voor je reactie!