fbpx

Palimpsest

Hetgeen mij het liefst is in mijn spreekkamer is mijn bureel.
Het is eigenlijk geen bureel als zodanig, maar een zeer oude, lange tafel met een rijke geschiedenis. Het blad is op vele plaatsen diep gegroefd, hier en daar zijn er diepe kloven van een paar millimeter breed en een hand lang, en ik zie ze met de jaren geleidelijk aan groter worden. Er zijn ook vlekken op die je er niet meer uitkrijgt, of misschien doe ik te weinig moeite. Net zoals je in de natuur ook geen rechte lijn zal vinden, is mijn bureeltafel ook niet egaal vlak. En zoals bij de mensen die er op consultatie komen aanzitten (en niet in het minst bij de eigenaar), is er hier en daar een hoekje af.

Tranen moeten heftig zuur bevatten, want zij laten de diepste sporen na. Veel meer dan de vetvlekken van de zwetende handen die schuivend, strelend, kloppend praten op het hout, vooral wanneer de monden zwijgen.
Tijdens een eerste gesprek vraag ik weleens: ‘Wat brengt u hier?’, of, als het antwoord wat te vaag is: ‘Hoe zou je je moeilijkheden of probleem kunnen omschrijven. Of is er een beeld dat het zou kunnen uitdrukken?’ Of: ‘Waar gaat het volgens u in essentie om?’
Dan volgt er meestal wat stilte, want het zijn lastige vragen. Daarom laat ik hen alle tijd, schuif soms pen en papier toe om het antwoord neer te schrijven als de woorden op wipplank in de mond springangst hebben.
Dan wend ik mijn blik af en tokkel wat op de pc zodat die mens zich wat vrijer voelt om een uitdrukking van zijn zielenroerselen op het papier te krassen.

Ik heb het geluk een poetsvrouw te hebben die mijn liefde voor die tafel deelt. Het gaat zo ver dat ze van bij haar thuis een pot oude boenwas meebrengt die nog van haar moeder zaliger was, en die niet alleen van een superieure kwaliteit is, maar de geur is van een diepte die mij naar mijn kinderjaren lokt.
Een paar dagen nadat ze voor het eerst die boenwas voor had gebruikt, staarde ik naar mijn tafel en merkte plots allemaal zinnen op, verspreid over het blad.
Het waren die met stylo opgetekende openingszinnen van mensen, die doorgedrukt waren in de boenwas, fragmentarisch en onleesbaar geworden hiërogliefen van de ziel. Vaak waren de woorden over elkaar heen genoteerd en vormden ze flinterfijne kalligrafische kunstwerkjes.
Ik vond ze prachtig.

Elke maand, de dag voor de poetsvrouw met haar potje komt, neem ik een foto van mijn bureaublad en stop hem in een mapje.
Het mapje noemt Palimpsest

En als je dat woord niet kent, en het nu eens niet opzoekt, dan wordt het wellicht nóg mooier.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.