Uitgelichte afbeelding blog

Hoeveel verander jij nog?

Heb je als kind ooit die fantasie gehad in een (nacht)trein te stappen, te gaan liggen in een slaapcoupé en ’s ochtends wakker te worden op een totaal nieuwe plek?
Ken je nu nog dat verlangen om ooit die nachttrein te nemen?
Het is immers nooit te laat om een reis te ondernemen naar je eigen onvermoede of vergeten dimensies en in jezelf te gaan wonen als in een rijdende trein.
Sommige aspecten van ons ongerealiseerde zelf hebben we immers verstikt onder de kussens van de gewoonte, de zelfgenoegzaamheid en de angst voor verandering. Want naarmate we ouder worden houden we taaier vast aan de lichte verdoving van de gewoonte, en onze onvervulde wensdromen glijden dieper weg in de mistige catacomben van een onvoltooid verleden.

Gelukkig is er Michel de Montaigne. Hij trekt ons aan de oren en houdt ons bij de les:
Ons grootste talent is het vermogen ons aan te passen aan allerlei manieren van zijn.
Wie zich vastketent aan een bepaalde levensvorm, en daarmee alle andere buitensluit,
bestaat wel, maar leeft niet.
Als ik me zou kunnen vormen zoals ik wilde, zou ik geen enkele vorm aannemen (al
was die nog zo goed) waaruit ik me niet los zou kunnen maken.
Het leven is een steeds wisselende, veelvormige beweging, zonder enige regelmaat.’

Montaigne is geen slaaf van de macht der gewoonte en verkiest de buigzaamheid
van het riet eerder dan de honkvastheid van de gewoonte. Hij zou je toefluisteren
vriendelijk en aandachtig te zijn voor de vergeten verlangens en dromen die je zo intens
hebt gekoesterd.
Gun ze een plaatsje in je huidige train de vie. Misschien ga je net daardoor anders kijken naar het leven dat je nu hebt, misschien krijgt het zuurstof om een beetje op adem te komen en wat buigzaamheid om nieuwe
vormen aan te nemen.
Al is het maar door met nieuwe ogen te kijken naar de man of vrouw die je geworden bent.

Niemand verwoordde zo mooi het vermogen om verandering te omhelzen als Patricia de Martelaere:
‘Om met verandering te kunnen omgaan en om zelf te kunnen veranderen is niet zozeer een inspanning
nodig, als wel een groot vermogen om los te laten. Iedere verandering betekent, alles welbeschouwd, de dood van het oude ik, en wie zonder wrok, spijt of verbetenheid “zichzelf” kan laten gaan, leert dus, in het klein, hoe hij zal moeten sterven.
Maar tegelijk leert hij natuurlijk ook, en zelfs in de eerste plaats, hoe hij moet leven.
Want wat is leven anders dan het ondergaan – met zwier of met verzet – van een continue reeks van veranderingen?’

Ruimer kijken naar jezelf is een treinreis door de nacht om ’s ochtends aan te komen in de frisheid van wat op je wacht.

(Uit mijn boek Weet je, ik heb het ook niet gemakkelijk. Hoe mindfulness en Montaigne helpen als het leven niet loopt zoals je had gedacht.)

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.