Mijn ik komt altijd te laat.

Je kent vast de ervaring dat je tijdens een opruimbeurt op zolder een doos met oude foto’s vindt. Je haalt er eentje uit van een paar jaar geleden en je denkt: ‘Dat ben ik niet meer’. Misschien heb je een aantal jaar eerder hetzelfde gezegd toen je een foto zag van dan weer jaren eerder. En binnen tien jaar zal je hetzelfde zeggen over een foto die vandaag werd genomen. Wie is dan die ‘ik’ die je telkens opnieuw niet meer bent?
Nu ik zonet deze vraag heb uitgeschreven, leun ik even achterover en kijk naar buiten. Het is 20.00 uur, een zomeravond en de zon heeft nog geen slaap. Als een kind dat niet naar bed wil, laat ze zien hoe energiek en vol leven ze is. Ze gooit haar stralen krachtig door de wolken die traag voorbijglijden, waardoor ze haast doorschijnend worden in het felle licht. Ik merk hoe, amper waarneembaar, de vormen veranderen. Ik kijk naar een grote wolk waarin de zon haar lichtbal gooit en je zou zweren dat die wolk één grote stabiele massa is. Maar als je goed kijkt, zie je dat de wolk van binnenuit voortdurend in transformatie is. Ze beweegt en laat zichzelf los en je merkt nu al dat zich delen zullen afscheuren. Andere zullen later het geheel ontvallen. Maar aan wie? Heeft de wolk een ‘ik’?
Als de wolk het leven is, wie is dan de ‘ik’ die leeft?
En als ik doodga, wie is dan die ik die sterft?
Degene die hier nu deze tekst uitschrijft? Nee, die is dan niet meer.
Die was er al niet meer toen ik de volgende letter typte. Dus die gaat niet dood.
Die dan van de volgende minuut? Het volgend jaar? Binnen tien jaar?
Neen. Om precies dezelfde reden.
Mijn ik komt altijd te laat.

Voorlopig kan ik er van uitgaan dat ik er niet bij zal zijn op het moment dat het met me gedaan is.
Goed nieuws voor Woody Allen: ‘Ik ben niet bang om dood te gaan. Ik wil er alleen niet bij zijn als het gebeurt’.

Ik zal de afspraak met mijn dood missen. Waar maak ik mij druk om?
Misschien moeten we niet zo vasthouden aan dat ‘ik’.
Het ‘ik’ verdwijnt, maar de stroom van het leven gaat door.

Alles wat we kennen in ons leven en dat nu zichtbaar voor ons is, verdwijnt op een bepaald moment en wordt onzichtbaar. In die onzichtbaarheid is het er nog steeds, meer zelfs, het wordt de bestaansvoorwaarde van waaruit iets nieuws zal groeien, dat dan weer zichtbaar voor ons wordt. En wij zijn niet alleen de geprivilegieerde toeschouwer van dit proces, we maken er zelf ook deel van uit.

Tijdens een retraite bij Thich Nhat Hanh zaten we na een stapmeditatie in een groepje wat na te praten. Ik stelde hem een vraag over de dood en hoe je de angst voor het niet-zijn kan ontstijgen. Hij was het niet eens met de term ‘niet-zijn’ maar sprak over de ‘nature of no birth and no death’. Volgens hem kun je die angst ontstijgen door te beseffen dat niets verdwijnt en alles overgaat in alles. Hij noemde dat inter-zijn.
‘To be is not possible. Not to be is also not possible. Both are an illusion.
To be or not to be is not the question’, lachte hij me schalks toe.

Uit mijn te verschijnen boek Weet je, ik heb het ook niet gemakkelijk. Hoe mindfulness en Montaigne helpen als het leven niet loopt zoals je had gedacht.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.