Voorwaardelijke liefde in de tuin.

Zoals vaak wordt gezegd dat het baasje op de hond lijkt, zo verklapt ook
de tuin veel over de eigenaar. In mijn tuin staat bijvoorbeeld veel onkruid.
Onkruid is kruid dat niet welkom is.

Er woont ook heel wat ongedierte in mijn tuin: mollen, slakken, spinnen,
muizen en ratten. Ongedierte zijn dieren die niet welkom zijn.
Toen ik mijn tuin pas had, had die jarenlang braak gelegen en was hij
een wildgroei van zevenblad, boterbloem, paardenbloem, smeerwortel,
netel en distel. Dus begon ik aan te planten en ging behoorlijk in het verzet
tegen het onkruid en het ongedierte. Het moest allemaal weg.

Al mijn vrije dagen besteedde ik aan wieden en terwijl ik fervent het
onkruid uittrok, begon het achter mijn rug grinnikend te groeien op het
eerder gewiede lapje. Mijn tuin leek belegerd door een guerrilla van onkruid
en wat een paradijselijk oord om te genieten had kunnen zijn, werd
de arena van een dagelijkse, nooit aflatende strijd.

Uiteindelijk besefte ik dat, als ik nog gelukkige momenten wilde beleven
in mijn tuin, ik maar best de vredespijp zou roken met de natuur. Met
het ongedierte was het immers net hetzelfde scenario. Neem de slakken.
Alles had ik geprobeerd: gifkorrels, vallen met bier, geplette eierschelpen,
plankjes en stenen om ze onderuit te halen, egels inzetten en ze vangen
met de zaklamp in het nachtduister. Het hielp net zo goed als een vis vangen
met een vlindernet.

Uiteindelijk maakten we een deal, de slakken en ik. Ze mochten de helft
van mijn oogst hebben: ik plantte dubbel zoveel courgetten, paprika’s, pepertjes,
sla, dahlia en gerbera, de groenten en planten waar we allebei even
gek op waren, en ik nam vrede met wat ze voor me achterlieten. Tenslotte
waren ook zij de rechtmatige bewoners van mijn tuin. De ratten, netels,
distels en de berenklauw liet ik voor de buitenwijken van mijn tuin en de
mollen kregen een onbeperkte graafvergunning.

Als ik merkte dat ik me begon te ergeren, dan switchte ik mijn perspectief
en zei dingen bij mezelf als: ‘Ze wonen hier even goed als ik’, ‘Ze verluchten
de grond’, ‘Ik had ze liever niet gehad en zij hadden mij liever niet
gehad, maar we zijn er nu allebei, en als wij het in deze tuin nog niet kunnen
oplossen, wat zouden de Israëli’s en Palestijnen het dan kunnen?’
Mijn tuin heeft dus zijn schaduwkant, ook als er geen zon is.

Het was even slikken, maar ik kan geen rijke, energieke, natuurlijke, wilde tuin
hebben als ik niet aanvaarden kan dat rijk, energiek, natuurlijk en wild ook
zeggen wil: zevenblad en paardenbloem, mol en slak. Samen met dahlia en
courget, roos en sla, en veel andere zijn zij mijn tuin. Er is geen plaatje meer
van wat ik wil of een plaatje van wat ik niet wil, er zijn geen namen meer
met ‘on’ voor en geen verzet meer tegen wat ontegensprekelijk is.

Er is alleen nog een gevarieerde werkelijkheid die ik omarm en die ik tuin noem.
In het begin maakte ik de fout om alleen te houden van wat mooi, prettig
of goed was in mijn tuin, kortom van wat in mijn plaatje paste van hoe
een tuin hoort te zijn.

Voorwaardelijke, selectieve liefde dus.

Maar dat plaatje, dat was hij maar zeer zelden. Er kwam altijd wel een mol of netel tussen.
Hield ik dan wel van mijn tuin? Als je van iemand houdt dan doe je dat toch niet voorwaardelijk of selectief, alleen maar voor de mooie, prettige of goede eigenschappen of momenten?
Je houdt van die persoon in zijn totaliteit: van zijn humor, lichaam, spiritualiteit, maar evengoed van zijn slordigheid, betweterigheid of luiheid, want in die eigenschappen zit hij evenzeer. Zonder hen was hij niet hij. En misschien zorgt die slordigheid voor een zekere nonchalance in het dagelijkse leven, de betweterigheid voor intellectuele uitdaging en is de luiheid een welkom tegengif voor je eigen overdreven prestatiedrift.

Daarom wil ik leren houden van de muizen en de distel. Omdat ik onvoorwaardelijk
wil houden van het leven zoals het is. Mollig of netelig. Of als een slak op jonge sla.

(Fragment uit mijn boek Weet je, ik heb het ook niet makkelijk. Verschijnt op 15 september bij Manteau)

10 meningen over “Voorwaardelijke liefde in de tuin.”

  1. Chantal Hirsch-Heymans

    Fantastisch! Net zoals ik gaandeweg, door de jaren heen, ben gezwicht voor alle “ongenode” gastjes en ze nu gastvrij begroet. Ongelooflijk prachtig beschreven!

  2. Marleen De Paepe

    Dit is de nagel op de kop, Wilfried !
    Zover geraken in denken en doen, is een hele bevrijding!

  3. Kaat Schaubroeck

    Slakken (en woelratten, rupsen, bladluizen): ze blijven een oefening in aanvaarding, of ik ben misschien nog niet goed genoeg in het delen van de oogst. Maar wat een wondermooie tekst, ik kijk al uit naar dat boek!

  4. Het leest naar meer, het boek verschijnt op mijn verjaardag. Een mooier cadeau kan ik mezelf niet doen!

  5. Machteld De meyer

    Ik kijk telkens uit naar jouw nieuwsbrief…aangenaam ,begrijpend en met vleugje humor geschreven …en niet te vergeten : de steeds goed ,uitgezochte schilderij als blikvanger.
    Ga jouw boek zeker lezen .

  6. Els Steenhaut

    Het is wel een droomtuin , vol verrassingen . Erin wandelen lijkt ons een verkenningstocht …
    Els en Jan

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.