Zekerheid in de liefde lijkt op een fata morgana.

Liefdesrelaties zijn per definitie onzeker.
Je weet uiteindelijk nooit hoe de gevoelens van de ander zullen evolueren. Je weet het niet eens van jezelf. En je weet ook niet welke kapers of sirenen het pad van je partner zullen kruisen en of hij of zij dan sterk genoeg zal zijn om de bedwelmende lokroep te weerstaan.
Kortom, het is onzekerheid troef.
Dus ga je, zeker in het begin, de veiligheidsgordels aanspannen: je doet zoveel mogelijk samen, je belt mekaar een paar keer per dag, je cocoont het behang van de muren en je hobby’s, passies en vrienden sijpelen je leven uit, als het water uit een gewrongen dweil.
Een relatie lijkt echter op Venetië: door de ondersteuningswerken zinkt het niet meer, dat is het goede nieuws, maar het water blijft stijgen, dat is het slechte nieuws.
Als je zo defensief leeft, dan wordt het immers na een poosje behoorlijk saai samenleven.

Esther Perel, de Belgisch-Amerikaanse relatietherapeute, balt het treffend als volgt: “De mate van passie in een relatie is gelijk aan de hoeveelheid onzekerheid die je kunt verdragen. We willen zekerheid omdat we denken dat het ons veiligheid geeft, maar diezelfde zekerheid is dodelijk voor de passie, de begeerte, het verlangen.
Door risico’s, onzekerheden, het onbekende… te bannen raakt de erotiek bekneld. Immers, erotiek bestaat bij gratie van het onvoorspelbare. Begeerte botst met gewoonte en herhaling.”

We zitten dus in een patstelling: we willen de zekerheid niet verliezen omdat onze relatie daarop steunt. Maar door haar na te streven krijgen we relationele erosie en verdwijnt de passie tussen de plooien van de lakens.
Hoe moeten we terug onzekerheid in onze relatie brengen?
Doe geen moeite, zegt Perel, ze is er al altijd geweest, het enige wat je hoeft te doen is stoppen met haar weg te moffelen.

Je kan je niet inenten tegen het verlies van de passie en je kan geen vitaminekuur volgen om de duurzaamheid van je relatie te verzekeren. Wat je wel doen kan, is de onophoudelijke en niet te stuiten verandering erkennen, en je eigen tuin bloeiend te houden.
Perel noemt het ‘afzonderlijkheid cultiveren’. Door eigen territoria goed te verzorgen heb je dubbele winst. Enerzijds is het een adequate remedie tegen de afhankelijkheid van de ander want als het wat minder wordt of tot een breuk komt, dan heb je tenminste wat behoorlijks ontwikkeld om op terug te vallen. Anderzijds blijf je voor de ander aantrekkelijk, fascinerend, mysterieus, kortom, begerenswaardig.
Zoals de Fransen het zo mooi zeggen: Il faut cultiver son jardin sécret.

Teveel afstand en je bent elkaar kwijt, te weinig afstand en je verstikt.
Zoals met alles gaat het om de kunst van het evenwicht: de uitdaging is niet om te vermijden uit evenwicht gaan, wel om telkens opnieuw een nieuw evenwicht te vinden.

Een uitvloeier van het romantisch plaatje is de idee dat je partner je moet gelukkig maken. Dat is een onmogelijke opgave.
Een ander kan jou niet gelukkig maken, dat moet je zelf doen.
Bovendien stel je je voor je geluk weer afhankelijk op en dat is een vrijgeleide om de dag dat het licht uit de huwelijksfoto is verdwenen, erg ongelukkig te worden.
Een huwelijk dient niet om je gelukkig te maken maar om een leven te kunnen leiden waarin je gelukkig kan zijn. 
Ook daarover gaat mijn cursus Anders kijken naar relaties.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.