De kardinale drang lief te hebben.

We uiten het op zovele aandoenlijke, verborgen manieren.
Niet in het minst met dieren.
Bijvoorbeeld door onbewust onze handen te laten graaien in de immer gewillige pels van een hond.
Of, eerder uitzonderlijk, door met een aap te leven.
Zoals Léo Ferré.
Onlangs luisterde ik nog eens naar Pepée, dat hartverscheurende lied over zijn geliefde chimpansee die bij hem inwoonde en door zijn rancuneuze vrouw werd doodgeschoten.

Soms kan het toeval vreemde streken uithalen.
Diezelfde dag plukte ik lukraak een boek uit de kast, trok er het bed mee in en las dit aandoenlijk verhaal van Adriaan Morriën:

“In Artis hoorde ik een oude vrouw aan Pino vragen: ‘Moet je dan niet spelen, schat?’ Pino was een van beide jonge chimpansees die een tijdlang in het hok aan de zijkant van het voormalige gorillahuis hebben verbleven. De chimpansee kon zelfs het stemgeluid van de vrouw niet hebben gehoord, want het hok was met dik glas afgesloten, zodat ook wij buiten niet in staat waren de geluiden van de kleine chimpansee te horen, behalve wanneer hij heel hard met zijn vuist tegen de binnenkant van het glas bonsde. Het is mogelijk dat hij uit de lipbewegingen van de vrouw heeft kunnen opmaken dat zij iets zei of althans geluid produceerde, want ik zag hem wel eens in de armen van een van de vrouwelijke oppassers verbaasd naar haar lippen kijken, en ook tasten, wanneer zij tegen hem sprak, alsof hij haar woorden wilde voelen, al kon hij ze niet verstaan.
De oude vrouw begreep waarschijnlijk ook wel dat de chimpansee haar niet kon horen. Zij kon de woorden gewoonweg niet voor zich houden, ze welden in haar op, zoals lang geleden toen zij nog jong was en een eigen kind had om te verzorgen. Zij moest ze zeggen om de denkbeeldige verbinding met een medeschepsel tot stand te brengen waaraan levende wezens behoefte hebben en waardoor zij zich ook met hun goden of geesten verstaan.
Ik praatte zelf ook wel met de chimpansee wanneer ik alleen voor zijn hok stond en mij onbespied waande. Ook ik ben oud en ik weet heel goed wat mij in dergelijke ogenblikken beweegt: de drang lief te hebben, van wie of wat ook te houden en betoverd te worden, al is het maar een ondeelbaar en ongedeeld ogenblik.”
Kent ook u die drang, beste lezer?

“Wie nooit een hond gehad heeft, weet niet wat liefde geven en liefde krijgen inhoudt”, zei de grote filosoof Arthur Schopenhauer.
Zelden werd de kardinale eigenheid van de liefde tussen mens en dier zo raak geschetst als in Kundera’s verhaal over de relatie van Tereza met haar hond Karenin:
“Die liefde is onbaatzuchtig. Tereza wil niets van Karenin. Ze vraagt niet eens liefde. Nooit heeft ze zich de vragen gesteld die mensenparen kwellen: houdt hij van mij? Houdt hij meer van mij dan ik van hem? Misschien dat al deze vragen naar liefde, die liefde meten, doorgronden, onderzoeken, verhoren, haar tegelijkertijd in de kiem smoren.
En dan nog iets: Tereza accepteerde Karenin zoals hij was, ze wilde hem niet naar haar eigen beeld veranderen, ze was het bij voorbaat eens met zijn hondenwereld, ze wilde hem die niet afnemen, ze was niet jaloers op zijn geheime avonturen. Ze voedde hem niet op om hem te herscheppen (zoals een man zijn vrouw en een vrouw haar man herscheppen wil), maar alleen om hem de elementaire taal te leren die het mogelijk maakte elkaar te begrijpen en met elkaar te leven.
En verder: liefde voor een hond is vrijwillig, niemand heeft haar gedwongen.
Maar vooral: geen mens kan een ander mens het geschenk van de idylle geven. Dat kan alleen een dier, want dat is niet uit het paradijs verstoten.”

Apen, poezen, honden, hamsters …
Hun liefde is zo overweldigend onvoorwaardelijk en hun leven zo kort dat in het onuitwisbaar besef van hun tijdelijkheid al van meetaf aan de intensiteit besloten ligt waarmee wij op onze beurt van hen zullen houden.
Honden leren ons al zeer vroeg met de dood omgaan. Daarin ligt overigens wellicht ook de betekenis van die vreemde bijnaam die ze hebben in het Frans: “bêtes à chagrin”.
Doordat een hondenleven zoveel korter is dan een mensenleven en kinderen zich soms al vanaf hun eerste levensjaren aan hen hechten, leren ze ook al vroeg om te gaan met het verlies van een geliefde en dus ook met het verdriet dat daarbij hoort.
Dieren zijn onze grote leermeesters in de twee belangrijkste thema’s van het leven: liefde en dood.

Francis Barraud was een schilder uit de negentiende eeuw, wiens broer vroegtijdig kwam te overlijden. Als laatste wens had hij Francis verzocht om voor zijn hondje te zorgen, waar hij erg aan gehecht was. Francis voldeed niet alleen aan het verzoek, maar maakte ook een opname van de stem van zijn overleden broer en draaide deze af op een grammofoon. Het hondje kwam dan stilletjes voor de enorme hoorn zitten om aandachtig naar de stem van zijn overleden baas te luisteren. Van dit tafereel maakte Francis Barraud een schilderij en zond het op naar een grammofoonmaatschappij die het meteen als logo adopteerde: ‘His Master’s Voice’.

1 mening over “De kardinale drang lief te hebben.”

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.