Waarom doe je wat je doet?

Soms maken we het mee dat we de goesting voor ons werk zijn kwijtgeraakt. Door een chronisch ‘teveel’ of een uitputtend ‘reeds te lang’ of doordat een torsie is opgetreden, een scheefgroei tussen wat je vanbinnen geworden was en wat je van buiten bleef doen, alsof je onderbeen een andere richting was uitgegroeid maar je bovenbeen rechtdoor bleef gaan.
Het werk is dan niet meer binnen in jou. Het is als een hemd in een hangkast, dat je ‘s morgens van de kapstok haalt en aantrekt. Een hemd van vroeger, dat spant en dat je snel weer uittrekt als je thuiskomt.
Zou je dan kunnen toelaten om, niet vanuit berusting maar vanuit de milde erkenning van deze impasse, de moed te vinden om nieuwe wegen te gaan of oude wegen op een nieuwe manier te bewandelen?
Misschien kan je de energie die voor dat laatste nodig is, vinden door terug te gaan naar de bron, de ontstaansgeschiedenis van wat je doet.
Waarom lezer, doe je wat je doet?

Jasper Gwyn stelde zich precies dezelfde vraag, nadat hij als gevierd schrijver het gevoel had dat hij vastgelopen was.
Stel, dat je merkt dat het ook bij jou die richting opgaat, lezer. Weet dan, dat het opbrengen van de moed om radicaal van richting te durven veranderen en het trotseren van de afwijzing die dat mogelijks met zich meebrengt, een verhaal is dat, gelukkig, vaak en met kracht is verteld. Opdat zij, die moe en vertwijfeld het kruispunt zien naderen, er de moed en misschien het duwtje kunnen in vinden om de zeilen een nieuwe wind te laten vangen.
Zo’n inspiratie biedt alvast Jasper Gwyn, de schrijver die niet meer schrijven wou. Hij besliste radicaal op te houden met datgene wat hij beroepshalve elke dag deed: boeken schrijven. Maar al wou zijn verstand dat wel, hij kon het niet helemaal loslaten, het was tenslotte zijn identiteit geworden. Dus ging hij op zoek naar een manier om datgene waar hij goed in was en wat hij in essentie graag deed, schrijven, te blijven doen, zonder dat het een terugkeer inhield van wat hij tot dan toe had gedaan.
Zowaar niet makkelijk.
Eerst dacht hij aan een ander soort boeken, nieuwe thema’s, andere stijlen…
Dat lukte niet, hij ging te snel, bleef te dicht bij wat hij gewoon was en zocht te veel met zijn verstand. Toen besloot hij om out of the box te gaan.
“Hij moest in zijn herinnering teruggaan naar de puurheid van wat hij zocht, en de reinheid waarnaar hij was gaan verlangen, in het hart van zijn talent. Hij deed het rustig, zodat het plezier dat hij kende uit zichzelf weer omhoog kon komen – het verlangen.
Daarna ging hij geleidelijk weer aan het werk.”

Als ook bij jou, lezer, de dag aanbreekt dat je beseft dat je in het werk, een werk dat je aanvankelijk met hart en ziel deed, al veel te lang aan het dwalen bent, een haast onmerkbaar glijden in een mist van vervlakking, routine of vervreemding, misschien is dan ook voor jou de tijd aangebroken om terug te gaan naar de puurheid van wat je oorspronkelijk zocht.
Soms, passen mensen dan mindfulness toe zonder ooit van het begrip gehoord te hebben.
Zo was dat bij Jasper Gwyn, het hoofdpersonage van Alessandro Baricco uit zijn gelijknamige boek.
Eerst kwam hij in een impasse terecht, het oude was weg en het nieuwe was er nog niet, en in dat drijfzand van vertwijfeling, onzekerheid en angst, zocht hij een manier om het hoofd boven water te houden. De opmerking dat die manier opvallend lijkt op mindfulness, zou hij met verbazing gepareerd hebben.

“In de daaropvolgende dagen dwong Jasper Gwyn zichzelf zijn kalmte te bewaren, en in een poging een middel te vinden tegen de inzinkingen die zich steeds vaker voordeden, nam hij zijn toevlucht tot een oefening die hij eens in een film had gezien. Die hield in dat je langzaam moest leven en je moest concentreren op elke afzonderlijke handeling. Dat komt misschien nogal algemeen over als leefregel, maar door de manier waarop Jasper Gwyn hem in acht nam, werd hij verbazingwekkend reëel. Dus wanneer hij zijn schoenen aantrok, bekeek hij ze eerst heel aandachtig, met achting voor de mooie lichtheid en vol waardering voor de soepelheid van het leer. Wanneer hij zijn veters strikte, wilde hij voorkomen dat hij zich verloor in een automatisme, en observeerde hij tot in detail de schitterende bewegingen van zijn vingers, met volronde halen waarvan hij de trefzekerheid bewonderde. Dan kwam hij overeind, en bij de eerste stappen die hij zette, nam hij notitie van de stevige grip die het schoeisel had om zijn wreef. Op vergelijkbare wijze concentreerde hij zich op de geluiden die je normaliter als vanzelfsprekend beschouwt, zodat hij de klikjes van het slot weer hoorde, en de schorheid van een rol plakband of het zachte ratelen van een rits. Veel van zijn tijd ging zitten in het registreren van kleuren, ook al was dat van geen enkel nut, en hij zorgde met name dat hij oog had voor de toevallige paletten die de dingen tevoorschijn toverden door de manier waarop ze gerangschikt waren – of dat nu in de binnenkant van een lade was, of in de open ruimte van een parkeerplaats. Vaak telde hij de dingen die hij aantrof – treden, lantaarnpalen, kreten – en met zijn vingers controleerde hij de oppervlakken, waarmee hij het eindeloze spectrum tussen ruw en glad herontdekte. Hij bleef staan om naar de schaduwen op de grond te kijken. Hij voelde elk muntje tussen zijn vingers.
Al die dingen gaven hem een soepele manier van bewegen in zijn dagelijkse bezigheden, als een acteur of een Afrikaans dier. In zijn elegante traagheid meenden anderen het natuurlijke tempo van de dingen te herkennen, en uit de precisie van zijn handelingen bleek een soevereiniteit ten opzichte van voorwerpen die de meeste mensen allang waren vergeten. Jasper Gwyn was zich er niet eens van bewust, maar het was hem wel heel duidelijk dat die minutieuze manier van doen hem een soort validiteit verleende – dat zwaartepunt waaraan het hem kennelijk was gaan ontbreken.”

Als jij lezer, ooit het zwaartepunt kwijt bent, weet dan dat je het op een dag hervinden kan en je net zo voelen als Jasper Gwyn:

“Hij was net als zo’n paard dat de jockey van zich af heeft geschud en vervolgens achteloos terugkeert, op een klein drafje, terwijl de anderen zich nog steeds de longen uit het lijf rennen, de finish en een bepaalde volgorde van aankomst najagend. Een dergelijke gemoedstoestand was van een eindeloze zaligheid. Wanneer hij onverhoopt stuitte op een krantenartikel of de etalage van een boekhandel die hem deden denken aan het geharrewar waaruit hij zich net had teruggetrokken, voelde hij dat zijn hart lichter werd, en ademde hij een kinderlijke opwinding, als van de zaterdagmiddag. Hij had zich in geen jaren meer zo goed gevoeld.”

Fragment uit mijn nieuwe, nog te verschijnen boek ©

Het schilderij is van Arkadi Plastov, en stelt Lenin voor nadat hij was gevlucht naar het platteland, waar hij zonder veel comfort zijn dagen doorbracht in een eenvoudige tent en onverstoorbaar verder schreef aan zijn manifest. Het hangt in het Russisch museum van Malaga.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.