Alles gaat voorbij

Meteen na mijn consultaties kijk ik graag een poosje door het raam.
Dan zie ik weilanden en een beetje verderop loopt de Schelde.
Het dieptezicht doet me goed.

Plots zie ik een meisje op het jachtpad. Ze staat aan de overkant van de Schelde, met haar gezicht naar me toe en kijkt naar de rivier.
Ze blijft een hele tijd aarzelend staan.
Het is een koude, grijze winternamiddag en het wandelpad ligt er verlaten bij.
Plots stapt ze naar beneden, de berm af en verdwijnt uit mijn zicht. ‘Als ze uitglijdt ligt ze in het water’, denk ik. ‘Of zou ze…’
Ik fixeer alert de plek waar ze uit mijn blik is verdwenen. ‘Kom meisje, kom terug.’ Ik zeg het luidop, alsof dat beter zou werken dan het te denken.

Er gebeurt niets.
Zit ze daar nog ?
Zou ze in het water gevallen zijn?
Of erin gestapt?
Of heb ik teveel Virginia Woolf gelezen, die het met keien in haar zakken deed?

Een loper komt langs. Zijn blik blijft op oneindig als hij haar voorbijhijgt.
Er gaat een alarm af in mijn hoofd: ‘Is ze er nog?’
Ik loop naar beneden om de verrekijker en stel scherp op haar tengere lichaam.
Ze ligt onderaan de berm op de stenen, gevaarlijk dicht tegen het water aan.
Wat doet een meisje van pakweg 16 aan de rand van een rivier in de kou?
Zal ik de politie verwittigen?

Stel echter dat ze hoegenaamd geen suicideplannen heeft.
Dat ze daar bijvoorbeeld gewoon even wou liggen ter herinnering aan die keer dat ze lekker spannend op precies dezelfde plek haar vriendje voor het eerst had gekust.

Wat moet zo’n kind dan met de boodschap van de politie dat iemand dacht dat ze …

Maar stel dat ze het wel van plan is, ook al is die kans klein, hoor je dan niet het risico op gezichtsverlies te verkiezen boven het risico van een slechte afloop?
Op dat moment zie ik haar traag op handen en voeten de berm opkruipen.
Eenmaal op het jachtpad blijft ze met hangend hoofd turen in de richting waar ze vandaan komt. Ik vermoed dat ze weent, maar dat kan evengoed mijn verbeelding zijn.

Plots denk ik: ‘Stel dat het mijn dochter zou zijn’.
Ik grijp mijn autosleutels en loop het huis uit.
In de auto spookt die ene vraag door mijn hoofd: ‘Wat moet ik zeggen?’
Als ik aan de brug de trappen afloop naar het jachtpad zie ik haar staan.
Ze kijkt heel droevig, al ziet ze er niet uit als iemand die zelfmoord zou plegen.
Maar hoe ziet iemand eruit die zelfmoord wil plegen?

Hoe dichter ik haar nader, hoe belachelijker ik me voel. Ze zou geërgerd, argwanend, misprijzend of lacherig kunnen reageren. ‘Met wat moeit die ouwe zich?!’
Ik vang haar blik en zeg tegen haar vochtige ogen het zinnetje dat ik niet had voorbereid: ‘Alles gaat voorbij’.

1 mening over “Alles gaat voorbij”

  1. Beste Wilfried,

    Op een vakantiecursus in Frankrijk, Grans vele jaren geleden heb je ooit eens gezegd “op alles staat een vervaldatum” ook op vriendschap. Dat is mij altijd bijgebleven en heeft mij al dikwijls geholpen om dingen die uit mijn leven verdwijnen te aanvaarden, bedankt daarvoor.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.