fbpx

Iets terloops, dat heel sterk op het leven leek.

Het heeft geen naam, dat gevoel.
Misschien omdat het zo vergankelijk is.
Of soms ronduit beschamend.
Zoals net na een begrafenis.
Hoe groot ook je verdriet of medeleven, het slaat meteen verfoeilijk toe: het gevoel van opluchting dat jij nog niet aan de beurt bent.
Dat de zeisman jou toch maar lekker gespaard heeft.
En in de schaduw ervan de schrik dat iemand die gedachte op je gezicht zou kunnen lezen.

Je kent het ook van de keren dat je een risicovolle reis tot een goed einde hebt gebracht. Of van al die andere penibele momenten waarop je leven aan een zijden draadje leek te bungelen.
Zoals dat vliegtuig in die heftige storm. Of die keer toen je op een tweebaansvak een oplegger wou inhalen en er veel sneller dan verwacht een tegenligger op je afkwam. Of toen de arts na je coma zei dat de goden met de teerlingen hadden gespeeld.

Al die keren dat je ei zo na was verdwenen naar de eeuwige jachtvelden, heb je de goden tot in het diepst van je ziel om hun genade gedankt.
En heb je aflaten bedacht of minstens het voornemen verwoord om vanaf die dag als een liever mens te leven.
Je zou liefde, mildheid en geduld opbrengen voor je medemens en je eigen angsten en onzekerheden van je afwerpen als een rugzak vol oude maskers.
Je zou dankbaar zijn voor het wonder van elke nieuwe dag, voor het gezelschap van de sterren in de nacht, voor het wonderbaarlijke werk van je nieren en spieren en klieren, voor de boter op het brood en de peper in je gat.

En toen kwam er iets tussen waardoor je dat vergat.
Iets terloops, dat heel sterk op het leven leek.

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.