De tirannie van de tijd.

Foto: Life Clock, Bernard Planes

Je hebt het vast en zeker ook meegemaakt.
“Alle hens aan dek”, riep je in jezelf, “dit is een super hectische periode die we moeten zien te overbruggen.”
Je dacht: nu even volhouden, dan zijn we erdoor, en daarna wordt het beter, dan gaan we weer volop leven.
Want je zou het leven nu even in de diepvries moeten stoppen, tussen de kippenbillen en de roomijs met frambozen.
Je wierp een lichtje naar het eind van de tunnel: het weekend, het einde van dat ene project, de vakantie, het eind van het jaar…
Tot je op een dag doorhebt dat die ene tunnel overging in een volgende en een volgende. Dat het niet om een uitzonderingsperiode ging, maar om het gewone, dagelijkse leven dat gegijzeld wordt door de mallemolen van de tijd.

Misschien heb je je toen ook afgevraagd: wat is dat toch met die tijd: hoe meer we ervan winnen, hoe minder we ervan hebben.
We kunnen alles veel sneller en hebben steeds minder tijd.
Toen het internet eraan kwam heb ik een korte periode gedacht: ‘Oh, wat een fantastische tijdswinst!’ Ik volgde toen een postgraduaat ‘vrijetijdsagogiek’ aan de VUB en ook de professoren waren overtuigd dat de evolutie van de technologie ging leiden tot een veel aangenamer leven waarin er ruim tijd vrij kwam om te genieten en te investeren in zelfontplooiing.
Tarara.
Alles gaat inderdaad zoveel sneller, maar waar is die gewonnen tijd dan naartoe?
Wie is ermee aan de haal?
Waar is de dief?
Ik heb geen tijd om hem te zoeken.

De tijd tikt het leven weg, en ik weet niet waar(naar)toe.
Wat is het doel van deze immer jachtige reis?
Naar welk land van melk en honing zijn we op weg?
Vandaag lijkt op gisteren en morgen op vandaag.
Zijn we dan wel ‘op weg’?
Of beleven we wat Virilio de paradox van de razende stilstand noemt?
Waar je ook kijkt, privé of werk, de tijdsdruk ligt altijd zo hoog dat er geen tijd is om tot fundamentele verandering te komen. En dat zie je zowel op macro niveau (het maatschappelijk leven) als op micro niveau (het persoonlijk leven).
De zweep van de prestatiecultuur jaagt ons voortdurend de tijd in, immer vooruit naar het volgend moment. Als een trekhond die achter de worst loopt die met een hengel voor zijn neus wordt gehangen.

Nu ben ik zelf zo’n domme hond.
Maar weet je wat ik ga doen?
‘Zit en blijf.’
En mijn aandacht als een anker uitwerpen in het huidig moment.
Dan heeft de tijd mij niet meer in de macht, maar ik de tijd, want dat Nu, dat duurt een eeuwigheid en daar kan de tijd niet tegen op.
En in de rust van dat eeuwig moment, groeit misschien heel langzaam het antwoord op die kardinale vraag: waar wil ik zijn?

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.