fbpx

Kinderen of geen kinderen?


Paterson, mindfulness, idyllische liefde, kinderen of geen kinderen.

Onlangs zag ik de meest “mindvolle” film van mijn leven.
Paterson.
Over een buschauffeur die poëzie schrijft.
En een relatie heeft met een lieve, mooie, beetje neurotische vrouw die niet zo goed weet wat ze met haar leven wil.
Maar ze dragen goed zorg voor elkaar.
Hij leest haar zijn gedichten voor, en zij doet alles om zijn talent te stimuleren, zelfvertrouwen te geven en de gedichten goed te bewaren.
Hij is de mildheid zelve als ze weer een nieuwe hobby tot levensdoel heeft verheven.
En ze slapen zo mooi samen.
De film toont ons een week uit hun dagelijks leven en elke dag begint met hun liefdevol ontwaken.
De tederheid springt van het scherm naar je toe.
Maar ook hun rust en de serene manier waarop ze er in slagen het grootste deel van hun tijd in het huidig moment te leven.
Kortom, het lijkt een idyllisch koppel.

Plots vroeg ik me af: zou deze idyllische levensstijl ook mogelijk zijn mochten ze kinderen gehad hebben?
Het antwoord is wellicht neen?
De associatietrein in mijn hoofd stopte in het stationnetje “Peter Sloterdijk”, één van mijn lievelingsfilosofen. Tijdens een interview raakte hij aan dat het leven van mensen zonder en dat van mensen met kinderen fundamenteel verschillend was.
Zeker vanuit de nihilistische tendens die onze tijdsgeest kenmerkt, waarbij perspectief dreigt weg te vallen en zich geen nieuwe waarden meer aandienen.
De mensen zonder kinderen ervaren zichzelf als een generatie van het hier en nu, ze zijn hedonistisch ingesteld en kennen weinig streven naar een ‘betere toekomst’. Ze gaan door het leven als door ‘het laatste feestje’. Ze hebben lak aan filosofen en moraal, want ze hebben ook geen ethiek meer nodig. Alleen nog een entertainer, conferencier of ‘maître de plaisir’.
Mensen met kinderen daarentegen kunnen zich niet zien als een ‘laatste generatie’, en zijn dus ook minder nihilistisch. Ze zijn sowieso een tussen-generatie. Als ouder ben je altijd met de vraag bezig: hoe kan ik de brug zijn tussen een voorgeslacht en een nageslacht.
Je bent met de geschiedenis bezig, want je wil doorgeven wat waardevol was, maar ook niet klakkeloos. Dat betekent dat je de waarden van het verleden in vraag stelt door ze onder meer te toetsen aan je eigen levenskwaliteit, en dat is een heel onderzoek. Bovendien ben je ook constant met de toekomst bezig, want als je je inleeft in het perspectief van het kind, is er altijd een toekomst en dus ook verandering.

Of het leven voor hen minder mindful is?
Ja en neen.
Terwijl mensen zonder kinderen veel meer kunnen opgaan in het huidig moment en dus met meer aandacht de genoegens van het leven in het hier en nu kunnen plukken, focussen ouders zich vaak op een bezorgde toekomst. ’s Nachts met oren open slapen (Weent hij al?). Wat later voortdurend plannen, reppen en combineren want straks moet je op tijd aan de schoolpoort staan (Is het al vier uur? Alleen slechte ouders komen te laat). Nog wat later wordt het “Nu” je overdag ontfutseld door te leven in de zorgelijke toekomst van ‘waar blijft hij toch?’ en nog wat later idem dito maar met de nachtelijke wakker-in-bed variante: ‘waar blijft ze toch?’.
Ouderschap doet vooruit leven, in goede en kwade richting.
Maar kinderen zijn tegelijk ook een inspiratiebron van mindful leven.
Als ze klein zijn, zijn ze je leermeesters.
Ik herinner me nog levendig een ervaringsgerichte les die mijn dochter mij leerde toen ze 18 maanden oud was. We maakten een wandeling op het strand. Plots blijft ze staan om een kiezeltje te rapen. En nog een. Dan, met de gefocuste aandacht van een geoefend zen boeddhist, grijpt een vergelijkend onderzoek plaats tussen het ene kiezeltje en het andere. Vervolgens wordt het winnende kiezeltje nog eens goed bekeken, betast, soms geproefd en vervolgens, met het enthousiasme van een goudzoeker, ter bewondering aangeboden. Drie stappen verder treft een nieuw kiezeltje de eer om geselecteerd te worden. Zelfde procedure. Vanaf het vierde, vijfde kiezeltje begint papa het stilaan op de zenuwen te krijgen, want: “we moèten nog zòver, straks zijn we te laat thuis enz.” Maar ‘ver’ en ‘straks’, staan niet in het woordenboek van mijn mindful dochter, die het wijselijk houdt bij ‘hier’ en ‘nu’.

Als ze wat ouder zijn, pakken ze de cognitieve invalshoek van mindfulness aan door voetzoekers te leggen onder je gewoontekijk, je geijkte opvattingen en visies en datgene wat je ‘waarheid’ noemt (ook bekend onder de naam ‘Dat is zo’ of, ‘Daarom’), en dit met één simpele vraag: Waarom?
En gaandeweg trainen ze de spieren van je adaptatievermogen, zodat je nòg later die bewonderenswaardige souplesse ontwikkeld om met verrassende mildheid te aanvaarden dat ze absoluut niet geworden zijn wat je altijd had gedacht en verwacht.

En er nog iets dat refereert naar mindfulness. Als je mindful in het leven staat dan wordt de ontvankelijkheid voor transcendente ervaringen groter. Je kan (s)piekervaringen beleven die voor heel even je individualiteit ontstijgen. Dat zijn uitzonderlijke, maar even ingrijpende als verruimende ervaringen. Het is absoluut niet hetzelfde, maar van het moment dat je een kind krijgt gebeurt er ook iets dat je voorheen nooit gekend hebt.
Je gaat een grens over en komt in een ander gebied terecht. Tot dan toe stond jij zelf centraal in je leven, maar plots  ga je meer om dat kind dan om jezelf geven.
Ik herinner me dat ik na de geboorte van mijn dochter een gesprek had met mijn engelbewaarder, van man tot man. Hij had tot dan toe uitstekend zorg voor me gedragen en ik vroeg hem hetzelfde te doen voor mijn dochter. “Ja”, zei hij, “maar ik heb wel maar één meester.” “Dan heb je nu een nieuwe”, zei ik hem. Ik bedankte voor de bewezen diensten, hij nam afscheid en ik voelde me licht en opgelucht. Ik denk dat elke ouder dit kent: het is niet eens een keuze, maar een natuurlijke vanzelfsprekendheid.

Zal ik een mailtje sturen naar Jim Jarmusch met de vraag om een ‘tien jaar later’-vervolgfilm te maken?

 

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.