fragiel geluk

Fragiel geluk

Een paar keer per jaar ga ik naar Istanbul op schrijfretraite. Ik heb het geluk daar te verblijven in Moda, een aangename wijk aan de zee van Marmara.
Dagelijks maak ik mijn wandeling langs de lange dijk. Op een avond was ik verrukt door een overweldigend mooie zonsondergang die aan de overkant de Blauwe Moskee onderdompelde in een haast magische gloed. Ik bleef een hele poos staan, laadde mij op aan dit prachtig tafereel en toen ik voortstapte voelde ik me vollopen met een diep geluksgevoel. Op dat moment kruiste een dame me met een klein hondje.

Als naar gewoonte glimlachte ik naar het diertje, maar neurotisch als het was, begon het wild naar me te keffen en te grommen. Ik lachte meewarig, maar plots hoorde ik zwaar geblaf achter mijn rug, draaide me om en zag een grote hond die, gealarmeerd door het keffertje, dreigend tegen me blafte en gromde. Daar schrok ik zo van dat mijn geluksgevoel onmiddellijk verdween. Toen ik doorliep werd ik de toeschouwer van een dialoog in het theater van mijn hoofd. De mopperaar: ‘Allez, waarom doen die honden dat nu, ik was nu net zo gelukkig. Ik kan er niet tegen als ze mijn dag verpesten. Waarom doen die beesten me dat nu aan, ik heb ze toch ook niets misdaan?’De betweter-MBCT trainer: ‘Héla, meneertje mopperaar. Je denkt toch niet dat je recht hebt op ongelimiteerd geluk zeker. Shit happens. Je moet je niet zo afhankelijk maken van een geluksmoment. Geluk is als die zonsondergang boven je hoofd, die is nu ook al bijna weg.’Maar de mopperaar gaf zich niet zo meteen gewonnen want hij had nog een fors argument achter de hand:

‘En het is bovendien absoluut niet fair wat me te beurt viel. Want als er nu één iemand is die van honden houdt, dan zijn wij het wel. Dus wat die twee beesten ons aandeden, is des te erger.’

Daar leek de mopperaar een argument te hebben. Het is inderdaad zo dat ik een grote hondenliefhebber ben, en samen met mijn Leonberger zelfs een boek heb geschreven om de lezer uit te nodigen naar de wereld te kijken vanuit het hondenperspectief¹.
Als ik in Istanbul ben, waar honden voorbeeldig opgevangen worden en los lopen in de stad, glimlach ik steeds even naar hen en maak soms ook een foto of een praatje met ze.

‘Ja, het klopt dat we in hart en nieren hondenliefhebber zijn, maar dat betekent nog niet dat je dan het recht zou hebben op een speciale behandeling.’, riep de MBCT trainer tegen, en vervolgde: ‘En ook niet dat we gevrijwaard zouden zijn van ‘onredelijkheid’, die overigens net zoals bij mensen, ook bij dieren voorkomt. De gedachte dat ze ons ‘fair’ moeten behandelen en dat we terecht van onze melk mogen zijn als dat niet zo is, is een volkomen irrationele opvatting waar wij alleen de last van hebben.
Het leven loopt nu eenmaal niet zoals we zouden willen, niet met mensen, niet met de natuur of met computers, en ook niet met honden.’
Het was 1-0 voor de therapeut toen ik het theater in mijn hoofd verliet omdat de volgende hond die ik tegenkwam even naar me knipoogde.
Maar dat kon ook inbeelding zijn.

¹Wilfried Van Craen en Lorca Leonberger, Liefde tot op het bot, Witsand uitgevers, 2012

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.