tijd

Als de tijd fantoompijn heeft

Mensen kunnen zich wat vreemd gedragen, zonder dat dit onze bezorgdheid opwekt. Eén van de gekkigheden van de geest die je wel vaker bij iemand kan opmerken, is dat die persoon ‘weg’ is. Soms zeggen mensen het wel een keer: ‘O sorry, ik was even weg’, of je ziet het aan ze: ze zijn weer ‘weg’. Maar waar zijn ze dan? Onbewust kennen we de weg wel, want we gaan er vaak en graag naartoe.
Omdat het zeldzame, reddende vluchtheuvels zijn op de snelwegen van de tirannieke tijd.

Dieren maken zich nooit druk over de tijd, omdat ze hem niet beseffen. Ze leven de tijd die hen biologisch is voorbehouden en plukken de dag zoals hij komt: wij spreken mooi van Carpe Diem , zij leven erin.
Ook kinderen ontsnappen nog aan de terreur van de tijd, maar niet voor lang.
Tussen kleuter en volwassene grijpt een omgekeerde evolutie plaats: een volwassene is nog zelden in het hier en nu, een kleuter altijd.

Een kleuter moet leren rekening houden met consequenties op lange termijn (als ik nu mijn fruitsap helemààl opdrink, heb ik straks niets meer), de volwassene moet leren daarmee op te houden.

Een kleuter heeft ook nog de illusie te kunnen reizen in de tijd.
We hadden een hond, Pavlov, die overleed toen mijn dochtertje net twee was. Anderhalf jaar later zei ze plots: “Ik ga nog eens terug een baby worden”.  “O ja, en waarom?“. “Dan kan ik Pavlov nog eens terugzien”. Dit zei ze met de grootste evidentie, alsof je er reëel nog voor kiezen kon terug te keren naar het verleden, maar het heden voldoende aantrekkelijk was om dat slechts in uitzonderlijke omstandigheden te doen.
Maar ook als volwassene kan je dat bijzonder soort van ervaringen hebben waarbinnen heden, verleden en toekomst mekaar de hand reiken.
Het zijn de momenten waarop je intens geniet van iets en je op het moment zelf (het heden) goed beseft dat je je later (in de toekomst) deze momenten zal herinneren. Je weet dan nu dat je er dàn heel erg gaat van genieten (le plaisir du petit paradis du souvenir) en daar geniet je nu al van.

Net als de dieren kennen ook kinderen nog die oceanische ervaring van tijdloosheid als ze (voorzover het door de ‘gehaaste’ omgeving alsnog wordt toegelaten) opgaan in wat ze aan het doen zijn. Zo herinner ik mij hoe ik als jongen van een jaar of tien urenlang op mijn hurken met een stokje in een vijvertje zat te peuteren, tot moeder riep dat het etenstijd was.

Ook als volwassene ken je in het dagelijkse leven, helaas veel te weinig, wel eens momenten waarop je je losmaakt van de dwangbuis van de tijd. Of beter nog: waarop er geen bewustzijn van tijd meer is. Het zijn momenten waaruit men opschrikt als uit een toestand waarin de tijd zich had verstopt:‘Oh, is het al zo laat?’
In wetenschappelijke termen noemt men dat dissociatie van tijd, in de volksmoment zegt men gewoon ‘Ik was weg’.
Maar waar zijn we dan, in onze beleving, als we weg zijn? In elk geval buiten de tijd. Misschien vertoeven we op een vakantieplekje, verrichten we heldendaden of omhelzen we een verboden vrucht. Tot we terug in de kloktijd getrokken worden, als een schoolkind dat te lang door het venster had getuurd en plots zijn naam hoort roepen.
Dan is het weg, dat weg zijn. Vergeten we het ook meteen, alsof een spontane amnesie nodig is om weer die sneltrein van metroboulotdodo te kunnen halen.

Maar soms, als de herinnering aan een vluchtig parfum, is ‘weg’ weer heel, heel even hier.
Dat is dan de tijd die fantoompijn heeft.

https://www.facebook.com/events/1660646694234518/

1 mening over “Als de tijd fantoompijn heeft”

  1. Bart Dehandschutter

    Ik heb mijn kinderen al vaker de vraag gesteld hoe zij de tijd beleven. Ik krijg dan het antwoord dat ik verwachtte: namelijk dat het allemaal toch zo snel gaat. De jaren uit mijn schooltijd lijken wel ‘jarenlang’ geduurd te hebben, onze kinderen zullen zich dit later anders herinneren.
    Als ik sport dan verlies ik de tijd, want ik leef helemaal op in mijn sport. Dat is mijn manier om te vluchten uit de (snelle) belevingstijd. Dit heb ik echt nodig om nadien weer op te slorpen in de drukte.
    Ik kan echter niet ontsnappen uit de haastigheid op momenten dat ik dat wil. Soms is de haast nu eenmaal aanwezig en niet te ontwijken. Denk maar aan dringende zaken die afgehandeld moeten worden. Je moet soms beschikbaar zijn, dus die smartphone best aan je broek bevestigen. Je verwacht een mail en blijft aan de PC hangen. Je moet nog winkelen, de kinderen ophalen, het huishouden en de administratie op orde brengen. Wanneer er een gaatje is, mag het huis een kuisbeurt krijgen. Kortom je kan er niet altijd om heen.
    Ik probeer mijn dagen, als ik er toe kom, ‘realistisch’ te plannen en te aanvaarden dat bepaalde dingen vandaag niet zullen afgewerkt worden. Ik probeer tevens prioriteiten te stellen, maar soms zal ik ook iets aangenaams, dat niet per se prioritair is, er toch tussen nemen. Dat geeft een goed gevoel. Ik kom ook vaak uit op een lijst van prioritaire zaken waarvan ik alweer een prioriteitenlijst moet maken.
    Als ik merk dat ik te haastig begin te leven, probeer ik dit goed te beseffen en af te remmen, want ik zal nooit alles dat nog moet gedaan worden inhalen. Ook door sneller te werken, zal ik het grote verschil niet maken. Het was een lang proces om dit te begrijpen en te willen aannemen en toe te passen. Ik loop nog veel in deze valkuil, maar kan gelukkig vrij snel bijsturen dan.
    Ik hoop mij in de toekomst te haasten wanneer ik er niet omheen kan en daartussenin ook bewuste rustmomenten in te bouwen. Dit laatste is niet evident. Ik moet me dan ergens afzonderen waar geen werk te bespeuren is…

Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.