Intimiteit

intimiteit

‘Ik wil met je naar bed’, fluistert hij. ‘Ja’, zegt ze

Ze hebben zich net naast elkaar neergevleid op hun rug en kijken naar de mobile aan het plafond. Hij draait zich op zijn zij en streelt de binnenkant van haar arm. Ze trekt hem onmiddellijk tegen zich aan en zoent hem zo hartstochtelijk dat de begeerte die in hem opwelt, meteen wordt achtervolgd door een paniekgedachte: zal hij er wel in slagen haar onstuimige verlangen te beantwoorden? Hij verdringt de muizenissen in zijn hoofd en probeert zich te laten leiden door de golven van zijn hunkering. Pas als de eerste roesgolf van onstuimige passie is gaan liggen, durven ze elkaars lichaam te bekijken. Alsof de fase van wilde, blinde vervoering hen nog even respijt wou geven, nog even sparen wou van de confrontatie met datgene wat de tijd met hun arme lichamen had gedaan. In haar slanke benen had de tijd blauwe bliksems geslagen en met zijn zweep had hij striemen getekend op haar gladde buik. Maar, haar armen zijn rank en bruin en glad, haar lippen vochtig, hongerig en zacht en, goddank dacht hij, haar gezicht straalt even mooi als toen. Maar wat hem meteen opvalt als hij met zijn hand over haar lichaam streelt, traag nu, zoals wanneer je de mooie kaft van een boek aait of een beeldhouwwerk dat je ontroert, zonder gedrevenheid of tirannieke lust, louter voor het tactiele plezier van de streling, wat hij dus niet niet kan zien, met zijn ogen en met zijn handen, is de extreme slapheid van haar borsten, die er levenloos bijhangen, als grote theezakjes, opgebruikt door de kinderen en daarna uitgedroogd. Niet dat ze zo slap zijn stelt hem teleur, maar dat ze niet antwoorden als hij ze teder aanraakt, dat ze stom blijven als hij ze zoent. Nochtans, hij streelt ze zacht, probeert ze tot leven te wekken met zijn vingers, wil de bloedstroom uitdagen met zijn lippen en de tepels aan de praat krijgen met zijn tong, maar tevergeefs, het leven lijkt eruit weggetrokken als de lucht uit een geprikte ballon. Plots duikt een Frans liedje in hem op, Sarah, en hij zingt het zacht voor haar:’La femme qui est dans mon lit / N’a plus vingt ans depuis longtemps / Les seins si lourds / De trop d’amour.’ ‘En jij ziet er nog steeds dezelfde uit,’ zegt ze. ‘Dat meen je niet.’ ‘Toch wel, als je je kleren aanhebt tenminste. Dan heb je nog altijd die karakteristieke kop, die nieuwsgierige blik, die prachtige lach, die sensuele lippen. Maar als ik je in je blootje zie staan en ik zou je moeten schetsen, dan zou ik beginnen met een bolle boog te tekenen.’ ‘Nog steeds even vrank en recht voor de raap, ook daarin ben je al niet veranderd,’ zucht hij. ‘Dát,’ en ze duwt een vinger in zijn buikje, ‘is onbelangrijk omhulsel, Peter, verrimpelde verpakking.’ Ze glijdt met haar gezicht over zijn lichaam en snuift zijn geur op. ‘Weet je, Peter, ik hou ontzettend veel van je lichaam, maar alleen omdat jij erin zit.’ Ze neemt zijn hand, legt hem op haar buik en zegt mijmerend: ‘Ik herinner me een moeilijke beklimming met de fiets in Nepal: de weg was ongemeen steil en zelfs met de grootste inspanning kwamen we amper vooruit. Plots werden we ingehaald door een oude monnik op een krakende fiets: in plaats van rechtdoor zoals wij fietste hij zigzaggend over de weg, moeiteloos van links naar rechts, steeds een beetje hoger. Hij legde weliswaar heel wat meer afstand af, maar doordat de hellingsgraad minimaal was, fietste hij ons lachend voorbij. Zullen wij ook zoiets proberen?’ ‘Akkoord,’ lachte hij, ‘naar het schijnt is in de verleiding de kortste weg de kronkelweg.’

fragment uit ‘Intimiteit. Over verlangen en onbereikbaarheid’, Wilfried Van Craen, uitgeverij Van Halewyck, 2007. Wilfried Van Craen is seksuoloog en psychotherapeut met meer dan 30 jaar praktijkervaring. Dit is zijn achtste boek.